KLINISCHE TRIAL

Het belang van astmamedicatie op maat bij kinderen: rationale en studiedesign van de PUFFIN-trial

NTvAAKI - jaargang 19, nummer 2, mei 2019

prof. dr. A.H. Maitland-van der Zee , E.M.A. Slob MSc, prof. dr. G.H. Koppelman , dr. M.W. Pijnenburg , dr. S.J.H. Vijverberg

SAMENVATTING

Niet ieder kind reageert even goed op de voorgeschreven astma-onderhoudsbehandeling. Als astma bij kinderen slecht onder controle is bij een startdosering inhalatiecorticosteroïden heeft de behandelend arts de keuze tussen het ophogen van de dosering van inhalatiecorticosteroïden en het toevoegen van langwerkende bèta-2-agonisten (‘long-acting beta-2-agonists’: LABA). Echter, sommige kinderen blijken meer baat te hebben bij behandeling met LABA dan anderen. Dit is deels te verklaren door een verandering in het gen dat codeert voor de bèta-2-receptor (het ADRB2-gen). De werking van LABA is afhankelijk van de eigenschappen van deze receptor. Het is mogelijk om in een klinisch laboratorium te bepalen of een patiënt deze verandering in het gen heeft of niet. In juni 2018 is er een Nederlandse, gerandomiseerde, multicenter trial (de PUFFIN-trial) voor kinderen met astma gestart om nader te onderzoeken of ADRB2-genotype-gestuurde behandeling leidt tot een betere astmacontrole en kosteneffectief is.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2019;19:61-65)

Lees verder

Diagnostiek van koemelkallergie op het consultatiebureau aanzienlijk verbeterd door dubbelblinde provocatietest

NTvAAKI - jaargang 15, nummer 1, februari 2015

dr. A.B. Sprikkelman , dr. B.J. Vlieg-Boerstra , dr. I. Tissen

Samenvatting

In de nieuwe nationale richtlijn Diagnostiek van koemelkallergie bij kinderen in Nederland wordt de dubbelblinde, placebogecontroleerde provocatietest (DBPGVP) met koemelk aanbevolen voor de diagnostiek van koemelkallergie bij kinderen. Nieuw is dat voortaan ook in de eerste lijn, dus op de consultatiebureaus en in huisartsenpraktijken, bij kinderen van 0–12 maanden met milde klachten, DBPGVP’s met koemelk kunnen worden uitgevoerd.

Vanwege de nog ontbrekende vergoeding van de DBPGVP in de eerste lijn is deze test na de autorisatie van de richtlijn in 2012 nog niet geïmplementeerd in de eerste lijn.

Onlangs is bekend geworden dat de DBPGVP met koemelk, uitgevoerd door de JGZ, m.i.v. 2015 wordt vergoed. Dit opent de weg voor implementatie van de DBPGVP met koemelk in de JGZ.

Het doel van deze studie was om in de regio Eindhoven de effectiviteit van de DBPGVP voor de diagnostiek van koemelkallergie op de consultatiebureaus van Zuidzorg te onderzoeken versus standaardzorg. Hiertoe zijn de resultaten van de eerste vijftig DBPGVP’s bij flesgevoede kinderen, die zijn uitgevoerd op de consultatiebureaus van Zuidzorg, retrospectief vergeleken met de resultaten van de laatste vijftig, meestal thuis uitgevoerde open voedselprovocaties (OVP’s) volgens standaardzorg in diezelfde regio.

In de groep met de OVP was de test bij 36/50 (72%) kinderen positief, bij 2/50 (4%) dubieus, en bij 12/50 (24%) negatief. In de groep met de DBPGVP was bij 13/50 kinderen (26%) de test positief, bij 4/50 (8%) dubieus en bij 33/50 (66%) negatief. Het aantal positieve tests lag bij de DBPGVP’s significant lager dan in de OVP-groep (p = 0,01).

Door de DBPGVP op het consultatiebureau daalde het aantal kinderen met de diagnose koemelkallergie met maar liefst 46% ten opzichte van standaardzorg. Met de implementatie van de DBPGVP wordt overdiagnostiek van milde koemelkallergie sterk teruggedrongen.

(Ned Tijdschr Allergie & Astma 2015;15:25-28)

Lees verder
X