Articles

Hoeveel voedselallergenen zijn aantoonbaar in moedermelk en wat is het risico op een allergische reactie bij borstvoeding?

NTvAAKI - jaargang 22, nummer 3, september 2022

dr. H. de Groot

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2022;22(3):110)

Lees verder

De nieuwe Nederlandse richtlijn Immunotherapie voor patiënten met allergische rhinoconjunctivitis met of zonder astma

NTvAAKI - jaargang 22, nummer 1, februari 2022

drs. G. Slabbers , dr. H. de Groot

SAMENVATTING

Deze multidisciplinaire richtlijn, geautoriseerd en gepubliceerd in juli 2021, heeft als doel om landelijke uniformiteit te bereiken over indicaties, contra-indicaties en dagelijkse praktijk van allergeen-immunotherapie met inhalatieallergenen bij patiënten met allergische rhinoconjunctivitis met of zonder astma. Deze Nederlandse richtlijn is bedoeld voor internistallergologen, kinderartsen, KNO-artsen, longartsen en dermatologen.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2022;22(1):4–10)

Lees verder

Pannenkoekenallergie bij kinderen: het is niet altijd wat je denkt!

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 4, december 2021

drs. T.P. Verheggen , dr. J. van den Berg , dr. L.N. van Veen , dr. H. de Groot

Regelmatig treden allergische reacties op na het eten van pannenkoeken. Naast de bekende ingrediënten als ei, melk en tarwe, kunnen er ook allergische reacties zijn op mijten en graanvervangers, zoals lupinemeel en boekweit. Ook is het belangrijk om de relatie tot inspanning uit te vragen in verband met zeldzame aan inspanning gerelateerde tarwe-afhankelijke anafylaxie. Deze casus werd gepresenteerd tijdens het 6e Symposium Kinderallergologie op 16 april 2021.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(4):149–53)

Lees verder

MAGIC-2: resultaten van sublinguale immuuntherapie met graspollensmelttabletten in de huisartsenpraktijk

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 2, mei 2021

dr. I. Abdisalaam , dr. H. de Groot , dr. P.M.M. van Haard

SAMENVATTING

Allergische rinitis op basis van een graspollenallergie is een probleem dat veel wordt gezien in de huisartsenpraktijk. Bij patiënten bij wie een standaard behandeling niet aanslaat en/of die klachten ervaren met invloed op het dagelijks functioneren, kan sublinguale immuuntherapie een uitkomst bieden. In de MAGIC-2-studie worden de ervaringen beschreven van 54 Nederlandse huisartsenpraktijken met allergie-immuuntherapietabletten bij kinderen tussen de 5–17 jaar met een graspollenallergie. Slechts 30% van de kinderen had een mono-allergie voor graspollen, het merendeel van de deelnemers had multipele allergieën: naast graspollen ook huisstofmijt-, boompollen- en/of huisdierenallergie. Bij de eerste inname van het snel oplossende, gevriesdroogde tablet (smelttablet) had 36% van de deelnemers bijwerkingen, deze waren met name lokaal en mild tot matig van aard. Anafylactische reacties werden niet gemeld. Onder zowel de deelnemers (83%) als de voorschrijvende huisartsen (91%) was een hoge mate van tevredenheid. Het eerste jaar van de behandeling werd door 76% van de deelnemers afgerond. De resultaten van de MAGIC-2-studie bij huisartsen zijn vergelijkbaar met de resultaten van de MAGIC-1-studie bij medisch specialisten.
(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(2):42-7)

Lees verder

Overgevoeligheidsreactie op NSAID’s – protocol voor de toepassing van classificatie, diagnostiek en behandeling

NTvAAKI - jaargang 20, nummer 3, augustus 2020

dr. S. Spindler , dr. H. de Groot

SAMENVATTING

Overgevoeligheidsreacties op niet-steroïde-antiinflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) zijn inmiddels de meest voorkomende vorm van overgevoeligheidsreacties op geneesmiddelen. Ze komen zowel bij kinderen als volwassenen voor en leiden meestal tot milde klachten (met alleen huidverschijnselen zoals urticaria). Hiernaast kunnen overgevoeligheidsreacties ernstig verlopen en uitmonden in anafylaxie of ernstige cutane medicatiebijwerkingen (‘severe cutaneous adverse drug reactions’, SCAR). Er wordt onderscheid gemaakt tussen 2 groepen reacties: overgevoeligheidsreacties op meerdere NSAID’s, die chemisch niet op elkaar lijken (kruisreactieve NSAID-overgevoeligheidsreactie) en reacties op één bepaalde NSAID of NSAID’s uit dezelfde chemische groep (selectieve NSAID-overgevoeligheidsreactie). Het is belangrijk om de overgevoeligheidsreactie goed te classificeren omdat de adviezen voor toekomstig NSAID-gebruik verschillen. Indien de anamnese niet afdoende is, kan aanvullende diagnostiek in de vorm van provocaties noodzakelijk zijn.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2020;20:104-11)

Lees verder

Peulvruchten(kruis)allergie en de relatie met een pinda-allergie bij kinderen – ervaringen van de kinderartsallergologen

NTvAAKI - jaargang 20, nummer 2, mei 2020

dr. E. de Geus , dr. J. Emons , dr. H. Merkun-Wieland , dr. H. de Groot

SAMENVATTING

Voedselallergieën, waaronder de pinda-allergie, komen bij kinderen regelmatig voor. Pinda’s behoren tot de botanische familie peulvruchten. Over kruisreacties met peulvruchten bij een pinda-allergie en over de betrokken allergeencomponenten van peulvruchten naast de pinda is weinig literatuur beschikbaar. Een retrospectieve, observationele cohortstudie werd verricht onder 16 kinderen met een pinda-allergie dan wel een doperwt en/of linzenallergie zonder sensibilisatie voor pinda. Tevens werd een enquête naar peulvruchtenallergie gehouden onder de leden van de Sectie Kinderallergologie van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Kinderen met een pinda-allergie bleken in 91% (10 van de 11 kinderen) van de gevallen op oudere leeftijd tolerant voor doperwt te zijn geworden. Kinderen met een doperwt en/of linzenallergie zonder sensibilisatie voor pinda konden in 60% (3 van de 5 kinderen) van de gevallen wederom op oudere leeftijd doperwten en/of linzen tolereren. Deze bevindingen suggereren dat kinderen met een pinda-allergie naar verwachting de meeste peulvruchten zullen tolereren en dat zij in hun dieet niet uit voorzorg overige peulvruchten hoeven te vermijden. Alertheid is vereist bij kinderen met doorgemaakte anafylaxie op een andere peulvrucht naast de pinda en verergering van uiteenlopende atopische klachten na herhaaldelijke inname van overige peulvruchten naast pinda. Nader onderzoek is nodig naar de betrokken allergenen en het effect van bewerking op de eiwitcomponenten van een peulvruchten(kruis)allergie. Daarnaast is aandacht nodig voor het ontwikkelen van dubbelblinde provocaties en een veilig thuisintroductieschema specifiek gericht op peulvruchten.

NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2020;20:51-57)

Lees verder

Voor de dagelijkse praktijk van de kinderarts – zijn huidtesten nog nodig bij een verdenking op penicillineallergie?

NTvAAKI - jaargang 18, nummer 4, november 2018

A.A. Lemij , dr. L.N. van Veen , dr. H. de Groot

SAMENVATTING

Bij veel kinderen is er sprake van een verdenking op een penicillineallergie, terwijl slechts een klein percentage daadwerkelijk een type I-IgE-gemedieerde allergie heeft. Door de relatief lage prevalentie hiervan en het veelvuldige gebruik van penicillines is het van belang om een verdenking op een dergelijke allergie al op jonge leeftijd vast te stellen of uit te sluiten. De huidige diagnostiek voor kinderen is gebaseerd op richtlijnen voor volwassenen, waarbij bij een verdenking op een allergische reactie eerst een intracutane huidtest wordt verricht, gevolgd door een open provocatie. Intracutane huidtesten hebben echter bij een type IV-gemedieerde dermale bijwerking een lage diagnostische waarde en zijn bovendien pijnlijk, waardoor deze eerste stap bij kinderen door sommige artsen wordt overgeslagen. In dit onderzoek is geëvalueerd wat de meerwaarde is van deze huidtesten bij kinderen met een verdenking op penicillineallergie. In het Centrum voor Kind en Allergie van het Reinier de Graaf Gasthuis te Delft werd geen meerwaarde gevonden voor een huidpriktest en/of intracutane huidtest bij een verdenking op een niet-acute allergische reactie door penicilline. Er kan dus voortaan direct een open provocatie met penicilline plaatsvinden om het stempel penicillineallergie te ontkrachten. Bij een verdenking op een ernstige type I-IgE-gemedieerde allergische reactie wordt echter wel aangeraden om allereerst huidpriktesten te verrichten en indien negatief door te gaan met intracutane huidtesten.

(Ned Tijdschr Allergie & Astma 2018;18:159-164)

Lees verder
X