Articles

Omalizumab is effectief in het behandelen van seizoensgebonden allergische rinitis

NTvAAKI - jaargang 22, nummer 4, december 2022

drs. K.F. Mulder aios longziekten, dr. H. de Groot

SAMENVATTING

Allergische rinitis is een chronische inflammatoire ziekte die wordt veroorzaakt door het in contact komen van inhalatie-allergenen met de nasale mucosa, waarop een IgEgemedieerde reactie wordt geïnduceerd. Hierbij kunnen symptomen als jeuk, rinitis of neusverstopping ontstaan. Allergische rinitis kan worden onderverdeeld in seizoensgerelateerde klachten (SAR) en klachten die het hele jaar aanwezig zijn (AR). Bewezen is dat bij ernstig allergisch astma omalizumab effectief is in het verbeteren van de kwaliteit van leven en het reduceren van astma-aanvallen.1 Het voorkomt de binding van IgE aan de hoog-affiene Fc-epsilonI-receptor, waardoor de hoeveelheid vrij IgE afneemt die beschikbaar is om een allergische cascade teweeg te brengen. Tot nu toe zijn geen studies verricht waarin de effectiviteit van omalizumab werd vergeleken met standaard medicatie bij seizoensgebonden allergische rinitis. In een prospectief, gerandomiseerd, ‘openlabel’-onderzoek van Zhang et al. werden 32 patiënten in het TonRen ziekenhuis in Beijing met seizoensgebonden allergische rinitis geïncludeerd.2 Hierbij kreeg de interventiegroep 2 weken voor de aanvang van de pollenperiode een eenmalige injectie van 300 mg omalizumab. De controlegroep ontving de reguliere medicatie: loratadinetabletten, budesonide-neusspray en olopatadine-oogdruppels. Alle patiënten vulden dagelijks vragenlijsten in om de symptomen te monitoren, welke medicatie ze gebruikten en de kwaliteit van leven (‘quality of life’: QoL) werd gedurende de observatieperiode gemeten. De primaire uitkomstmaat was de gemiddelde dagelijkse gecombineerde symptoom- en medicatiescore (CSMS). De studie betrof 4 opeenvolgende afspraken, op de eerste afspraak werd een screening uitgevoerd, bij de tweede randomisatie voor omalizumab of standaardmedicatie, op de derde afspraak volgde de toediening van de medicatie en op de vierde afspraak volgde de voltooiing van de studie. Het moment van start 2 weken voor de aanvang van het pollenseizoen werd berekend aan de hand van de gemiddelde pollenconcentratie in Beijing op basis van de voorafgaande jaren.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2022;22(4):146–7)

Lees verder

Hoeveel voedselallergenen zijn aantoonbaar in moedermelk en wat is het risico op een allergische reactie bij borstvoeding?

NTvAAKI - jaargang 22, nummer 3, september 2022

dr. H. de Groot

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2022;22(3):110)

Lees verder

De nieuwe Nederlandse richtlijn Immunotherapie voor patiënten met allergische rhinoconjunctivitis met of zonder astma

NTvAAKI - jaargang 22, nummer 1, februari 2022

drs. G. Slabbers , dr. H. de Groot

SAMENVATTING

Deze multidisciplinaire richtlijn, geautoriseerd en gepubliceerd in juli 2021, heeft als doel om landelijke uniformiteit te bereiken over indicaties, contra-indicaties en dagelijkse praktijk van allergeen-immunotherapie met inhalatieallergenen bij patiënten met allergische rhinoconjunctivitis met of zonder astma. Deze Nederlandse richtlijn is bedoeld voor internistallergologen, kinderartsen, KNO-artsen, longartsen en dermatologen.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2022;22(1):4–10)

Lees verder

Pannenkoekenallergie bij kinderen: het is niet altijd wat je denkt!

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 4, december 2021

drs. T.P. Verheggen , dr. J. van den Berg , dr. L.N. van Veen , dr. H. de Groot

Regelmatig treden allergische reacties op na het eten van pannenkoeken. Naast de bekende ingrediënten als ei, melk en tarwe, kunnen er ook allergische reacties zijn op mijten en graanvervangers, zoals lupinemeel en boekweit. Ook is het belangrijk om de relatie tot inspanning uit te vragen in verband met zeldzame aan inspanning gerelateerde tarwe-afhankelijke anafylaxie. Deze casus werd gepresenteerd tijdens het 6e Symposium Kinderallergologie op 16 april 2021.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(4):149–53)

Lees verder

MAGIC-2: resultaten van sublinguale immuuntherapie met graspollensmelttabletten in de huisartsenpraktijk

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 2, mei 2021

dr. I. Abdisalaam , dr. H. de Groot , dr. P.M.M. van Haard

SAMENVATTING

Allergische rinitis op basis van een graspollenallergie is een probleem dat veel wordt gezien in de huisartsenpraktijk. Bij patiënten bij wie een standaard behandeling niet aanslaat en/of die klachten ervaren met invloed op het dagelijks functioneren, kan sublinguale immuuntherapie een uitkomst bieden. In de MAGIC-2-studie worden de ervaringen beschreven van 54 Nederlandse huisartsenpraktijken met allergie-immuuntherapietabletten bij kinderen tussen de 5–17 jaar met een graspollenallergie. Slechts 30% van de kinderen had een mono-allergie voor graspollen, het merendeel van de deelnemers had multipele allergieën: naast graspollen ook huisstofmijt-, boompollen- en/of huisdierenallergie. Bij de eerste inname van het snel oplossende, gevriesdroogde tablet (smelttablet) had 36% van de deelnemers bijwerkingen, deze waren met name lokaal en mild tot matig van aard. Anafylactische reacties werden niet gemeld. Onder zowel de deelnemers (83%) als de voorschrijvende huisartsen (91%) was een hoge mate van tevredenheid. Het eerste jaar van de behandeling werd door 76% van de deelnemers afgerond. De resultaten van de MAGIC-2-studie bij huisartsen zijn vergelijkbaar met de resultaten van de MAGIC-1-studie bij medisch specialisten.
(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(2):42-7)

Lees verder

Overgevoeligheidsreactie op NSAID’s – protocol voor de toepassing van classificatie, diagnostiek en behandeling

NTvAAKI - jaargang 20, nummer 3, augustus 2020

dr. S. Spindler , dr. H. de Groot

SAMENVATTING

Overgevoeligheidsreacties op niet-steroïde-antiinflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s) zijn inmiddels de meest voorkomende vorm van overgevoeligheidsreacties op geneesmiddelen. Ze komen zowel bij kinderen als volwassenen voor en leiden meestal tot milde klachten (met alleen huidverschijnselen zoals urticaria). Hiernaast kunnen overgevoeligheidsreacties ernstig verlopen en uitmonden in anafylaxie of ernstige cutane medicatiebijwerkingen (‘severe cutaneous adverse drug reactions’, SCAR). Er wordt onderscheid gemaakt tussen 2 groepen reacties: overgevoeligheidsreacties op meerdere NSAID’s, die chemisch niet op elkaar lijken (kruisreactieve NSAID-overgevoeligheidsreactie) en reacties op één bepaalde NSAID of NSAID’s uit dezelfde chemische groep (selectieve NSAID-overgevoeligheidsreactie). Het is belangrijk om de overgevoeligheidsreactie goed te classificeren omdat de adviezen voor toekomstig NSAID-gebruik verschillen. Indien de anamnese niet afdoende is, kan aanvullende diagnostiek in de vorm van provocaties noodzakelijk zijn.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2020;20:104-11)

Lees verder

Peulvruchten(kruis)allergie en de relatie met een pinda-allergie bij kinderen – ervaringen van de kinderartsallergologen

NTvAAKI - jaargang 20, nummer 2, mei 2020

dr. E. de Geus , dr. J. Emons , dr. H. Merkun-Wieland , dr. H. de Groot

SAMENVATTING

Voedselallergieën, waaronder de pinda-allergie, komen bij kinderen regelmatig voor. Pinda’s behoren tot de botanische familie peulvruchten. Over kruisreacties met peulvruchten bij een pinda-allergie en over de betrokken allergeencomponenten van peulvruchten naast de pinda is weinig literatuur beschikbaar. Een retrospectieve, observationele cohortstudie werd verricht onder 16 kinderen met een pinda-allergie dan wel een doperwt en/of linzenallergie zonder sensibilisatie voor pinda. Tevens werd een enquête naar peulvruchtenallergie gehouden onder de leden van de Sectie Kinderallergologie van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Kinderen met een pinda-allergie bleken in 91% (10 van de 11 kinderen) van de gevallen op oudere leeftijd tolerant voor doperwt te zijn geworden. Kinderen met een doperwt en/of linzenallergie zonder sensibilisatie voor pinda konden in 60% (3 van de 5 kinderen) van de gevallen wederom op oudere leeftijd doperwten en/of linzen tolereren. Deze bevindingen suggereren dat kinderen met een pinda-allergie naar verwachting de meeste peulvruchten zullen tolereren en dat zij in hun dieet niet uit voorzorg overige peulvruchten hoeven te vermijden. Alertheid is vereist bij kinderen met doorgemaakte anafylaxie op een andere peulvrucht naast de pinda en verergering van uiteenlopende atopische klachten na herhaaldelijke inname van overige peulvruchten naast pinda. Nader onderzoek is nodig naar de betrokken allergenen en het effect van bewerking op de eiwitcomponenten van een peulvruchten(kruis)allergie. Daarnaast is aandacht nodig voor het ontwikkelen van dubbelblinde provocaties en een veilig thuisintroductieschema specifiek gericht op peulvruchten.

NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2020;20:51-57)

Lees verder
X