Articles

Vitamine D3 verhoogt de werking van subcutane en sublinguale allergeenspecifieke immuuntherapie

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 3, september 2021

dr. L. Hesse , dr. J.N.G. Oude Elberink , prof. dr. ir. M.C. Nawijn

SAMENVATTING

Allergische aandoeningen van de luchtwegen zijn chronische ontstekingsziekten met symptomen zoals tranende of jeukende ogen, niezen en hoesten. Deze aandoeningen worden gekenmerkt door eosinofiele luchtwegontsteking, verdikking van de luchtwegwand en hyperreactiviteit van de luchtwegen op externe prikkels. Tot op heden kunnen deze aandoeningen niet worden genezen en is de behandeling gericht op het verminderen van symptomen door onderdrukking van de ontsteking en verwijding van de luchtwegen. Gezien het ongemak voor de patiënt en de stijgende prevalentie van allergische aandoeningen blijft een effectieve behandeling die langdurig de symptomen kan onderdrukken of de aandoening kan genezen een belangrijke medische noodzaak. Allergeenspecifieke immuuntherapie (SIT) is de enige behandeling die de symptomen van allergische aandoeningen langdurig kan onderdrukken, ook na beëindiging van de behandeling. De toepassing van allergeenspecifieke immuuntherapie bij astma wordt echter belemmerd door suboptimale effectiviteit bij astmapatiënten. De werkzaamheid van allergeenspecifieke immuuntherapie zou kunnen worden verhoogd door het gebruik van adjuvantia, die de beoogde immuunmodulatie kunnen versterken. Vitamine D3 is 1 van de mogelijke adjuvantia in immuuntherapie die overwogen kan worden om de werkzaamheid van SIT te verbeteren. In dit artikel wordt vitamine D3 als kandidaat-adjuvans besproken voor het verbeteren van de effectiviteit van immuuntherapie bij astmapatiënten. Uit muizenstudies bleek dat vitamine D3-suppletie aan subcutane en sublinguale immuuntherapie de inductie van neutraliserende antilichamen en onderdrukking van IgE kan versterken. Daarnaast werd een afname van het aantal eosinofielen en verhoogde niveaus van interleukine-10 in longweefsel gevonden. Deze nieuwe bevindingen tonen aan dat vitamine D3 als adjuvans bijdraagt aan het onderdrukken van de luchtwegontsteking in een muismodel voor allergisch astma. Tevens benadrukken deze resultaten, gecombineerd met bevindingen in de kliniek, de relevantie van sufficiënte vitamine D3-spiegels voor succesvolle immuuntherapie. Nader onderzoek is nodig naar het gebruik van vitamine D3 als adjuvans om de werkzaamheid van immuuntherapie in de klinische praktijk te verbeteren.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(3):91-6)

Lees verder

Verlies capaciteit regulatoire T-cellen na rhinovirusinfectie

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 3, september 2021

dr. J.N.G. Oude Elberink

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(3):114-5)

Lees verder

Anafylactische shock na sojamelk bij een kind dat altijd sojamelk dronk; de rol van darmepitheel bij het behoud van tolerantie

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 2, mei 2021

dr. I.F.A. Bocca-Tjeertes , dr. L.B. Bungener , dr. C. Roozendaal , dr. A.B. Sprikkelman , D. Dijkema MSc, dr. J.N.G. Oude Elberink

SAMENVATTING

Dit artikel beschrijft een 8-jarige patiënt (bekend met eczeem, astma en een bewezen pinda-allergie) die onverwacht een anafylactische shock doormaakte na het drinken van sojamelk. De patiënt was tot die tijd altijd tolerant voor hetzelfde sojaproduct en kon hetzelfde product maanden later weer nuttigen zonder klachten. Voor zover kon worden nagegaan, is een dergelijk tijdelijk tolerantieverlies nog nooit eerder beschreven. De hypothese is dat dit tolerantieverlies het gevolg was van een enkele weken voor de reactie doorgemaakte gastro-enteritis. In dit artikel wordt de rol van darmepitheel bij het behoud en verlies van tolerantie tegen het licht gehouden.
(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(2):65-9)

Lees verder

Immunologische responsen en biomarkers voor allergeenspecifieke immuuntherapie tegen geïnhaleerde allergenen

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 2, mei 2021

dr. J.N.G. Oude Elberink

INLEIDING

Allergeenspecifieke immuuntherapie (AIT) is geïndiceerd voor patiënten met IgE-gemedieerde rhinoconjunctivitis en/of astma, die niet adequaat reageren op symptomatische farmacotherapie of daar onacceptabele bijwerkingen van ondervinden. Zowel subcutane als sublinguale AIT heeft een aangetoonde effectiviteit tijdens de behandeling, ook na het stoppen ervan. Nog steeds is er een gebrek aan biomarkers die kunnen worden gebruikt voor het selecteren van een patiënt voor immuuntherapie en aan biomarkers die kunnen worden gebruikt voor het in kaart brengen van de effectiviteit van deze behandeling.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(2):72-3)

Lees verder

Vissen naar mogelijkheden: nieuwe inzichten in de diagnostiek en behandelmogelijkheden van visallergie

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 1, februari 2021

D. Dijkema MSc, dr. J.A.M. Emons , dr. A.A.J.M. van de Ven , dr. J.N.G. Oude Elberink

SAMENVATTING

Visallergie is een van de meest voorkomende voedselallergieën. De aanbevolen behandeling betreft het vermijden van meestal alle vissoorten. Volgens nieuwe inzichten hoeft het vermijden van alle vissoorten tegenwoordig echter niet meer de praktijk te zijn. Patiënten met een visallergie zijn te onderscheiden in 3 groepen: (A) poly-gesensibiliseerde patiënten die op alle soorten vis reageren, (B) monogesensibiliseerde patiënten met een selectieve allergische reactie voor 1 individuele vissoort en (C) oligo-gesensibiliseerde patiënten die reageren op een aantal specifieke vissoorten. Hier kunnen verschillende visallergenen, waaronder parvalbumine, enolase of aldolase verantwoordelijk voor zijn. Dit artikel beschrijft de huidige stand van zaken voor de diagnostiek en behandeling van visallergie, waarbij de meeste patiënten met een visallergie toch vissoorten kunnen eten.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL2021;21(1):4-10)

Lees verder

De invloed van maagzuurremmers of een ‘gastric bypass’ op het ontstaan van voedselallergie

NTvAAKI - jaargang 20, nummer 4, december 2020

D. Dijkema MSc, drs. L.J. Wolters , dr. A.A.J.M. van de Ven , dr. J.N.G. Oude Elberink

SAMENVATTING

Van begin 2018 tot begin 2019 presenteerde zich een 10-tal patiënten op de polikliniek Allergologie voor volwassenen van het UMCG met een ernstiger reactie dan gebruikelijk op een voedselallergeen. Al deze patiënten gebruikten sinds kort een maagzuurremmer of hadden een ‘gastric bypass’ ondergaan. Hypoaciditeit van de maag, geïnduceerd door het gebruik van maagzuurremmers of na een ‘gastric bypass’, zorgt dat eiwitten minder goed worden afgebroken en het risico op een voedselallergie wordt vergroot. Aangezien veel volwassenen een maagzuurremmer gebruiken, lijkt de kans dat dit het ontstaan van een voedselallergie vergroot niet heel reëel. Toch bestaat steeds meer bewijs dat dit mechanisme wel meespeelt. Bariatrische chirurgie lijkt een relevante, nieuwe cofactor voor het ontstaan van systemische allergische reacties op hittelabiele voedselallergenen. Hypoaciditeit geïnduceerd door maagzuurremmers kan eenzelfde effect hebben. Het is daarom aan te raden hierop alert te zijn bij de anamnese. Naast hypoaciditeit speelt mogelijk ook een verhoogde darmpermeabiliteit of het microbioom een rol bij het ontstaan van voedselallergie. Hier moet meer onderzoek naar worden gedaan.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2020;20(4):133-7)

Lees verder

Het alfa-galsyndroom: allergische reactie op zoogdierenvlees, secundair aan een tekenbeet

NTvAAKI - jaargang 20, nummer 3, augustus 2020

drs. A.M.A. Berends , dr. L.B. Bungener , dr. J.N.G. Oude Elberink

SAMENVATTING

Het alfa-galsyndroom is een allergische reactie op rood vlees na eerdere sensibilisatie voor immunoglobuline noglobuline E (IgE)-antistoffen tegen alfa-gal, secundair aan doorgemaakte tekenbeten. De aandoening kan zich op verschillende manieren presenteren; van anafylaxie tot een beeld dat lijkt op chronische urticaria, waarbij de klachten meestal 2–6 uur na het eten van rood vlees ontstaan. Daarnaast is bij het alfa-galsyndroom ook voorzichtigheid geboden met gebruik van cetuximab, bepaalde infuusvloeistoffen (gelofusine, haemaccel) en kunstmateriaal van dierlijk weefsel, aangezien deze ook alfa-gal kunnen bevatten en daarmee eenzelfde kruisreactie kunnen veroorzaken. Het is opvallend dat de aandoening bij het uitblijven van nieuwe tekenbeten en een (tijdelijk) rood vleesvrij dieet meestal zelflimiterend is, maar bij anafylaxie kan eindigen in een fatale afloop. Verder zal het alfa-galsyndroom vaak niet als zodanig worden herkend. Het achterhalen van de specifieke oorzaak (het allergeen) bij allergische reacties is van cruciaal belang voor het langetermijnrisicomanagement van de aandoening. In dit artikel worden meerdere casussen besproken waarbij wordt ingegaan op genoemde aspecten.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2020;20:112-7)

Lees verder
X