Cognitieve gedragsinterventie moet voedselallergie-gerelateerde angst wegnemen bij kinderen

oktober 2022 Kliniek in praktijk Diede Smeets

Hoewel voorzichtigheid wat betreft voedselinname door mensen met voedselallergie verstandig is, kan klinisch belemmerende voedselallergie-gerelateerde angst (‘food allergy-related anxiety’, FAA) bijdragen aan een lagere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Mensen met FAA kunnen de risico’s van terloops contact met allergenen overschatten waardoor ze onnodig sociale situaties rondom voedsel vermijden, te weinig variëteit aan voedsel durven in te nemen en mogelijk levensveranderende medische ingrepen zoals orale voedseluitdagingen of immuuntherapie weigeren.

Cognitieve gedragstherapie (‘cognitive behavioral therapy’, CBT) is momenteel de enige therapeutische modaliteit die als bewezen effectief wordt beschouwd voor de behandeling van angststoornissen bij kinderen. Er zijn echter geen gepubliceerde studies die het resultaat van op CBT gebaseerde interventie in een steekproef van kinderen met klinisch belemmerende FAA hebben geëvalueerd.

FAB: moedig bij voedselallergie

Een recente studie uit Philadelphia (V.S.), gepubliceerd in Annals of Allergy, Asthma & Immunology richt zich op het inzetten van cognitieve gedragsinterventie bij kinderen met FAA. Door een gebrek aan op bewijs-gebaseerde behandelingen voor buitensporige angstgevoelens in de context van FAA is hier sprake van een onvervulde behoefte. In de huidige studie werd de haalbaarheid, aanvaardbaarheid en proof-of-concept van ‘Food Allergy Bravery’ (FAB) – een beknopte, nieuwe, handmatige cognitieve gedrag-gebaseerde interventie voor angstgevoelens – onderozcht in een klinische steekproef bestaande uit kinderen met FAA.

De studie omvatte 3 cohorten met zowel kinderen tussen 8-12 jaar oud met klinisch belemmerende FAA als hun ouders. Ze werden een FAB-reeks aangeboden in een groep-setting. Deze cursus bestond uit een protocol ontwikkeld door de eerste auteur van het artikel, een cognitief gedragstherapie-psycholoog, en de tweede auteur, een ervaren verpleegkundige in pediatrische voedselallergie. Beoordelingen van de ernst van de angstgevoelens en de levenskwaliteit werden verzameld voor en na de behandelingen en tijdens 2-4 maanden follow-up.

Minder angstgevoelens

Alle families die de FAB-behandeling aangeboden kregen voltooiden de volledige reeks FAB, woonden ten minste 5/6 actieve behandelingssessies bij en ervaarden de interventie als zeer positief. Alle kinderen vertoonden verbetering of sterke verbetering na de behandeling volgens de ‘Clinician Global Impression’-schaal. De angstgevoelens verminderden volgens de ‘Scale of Food Allergy Anxiety’ (SOFAA) en ‘Scale of Child Anxiety-Related Emotional Disorders’ (SCARED) significant volgens zowel ouder als kind (p<0,01). Daarnaast was de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven significant verbeterd (p<0,05) volgens de ‘Food Allergy Quality of Life Questionnaire-Parent Form’ (FAQLQ-PF)-scores. Deze verbeteringen bleven in stand gedurende de follow-upperiode (p>0,05 voor verschil post-FAB tot follow-up).

Daarmee is deze studie volgens de auteurs de eerste studie naar een poliklinische, handmatige psychosociale behandeling voor FAA in een klinisch vastgestelde steekproef van kinderen.  Deze bevinden bieden initieel bewijs voor de haalbaarheid, aanvaardbaarheid en proof-of-concept van het FAB-interventieprotocol. In de toekomst zijn echter gerandomiseerde, gecontroleerde studies nodig om de effectiviteit van FAB bij het verminderen van FAA in kinderen vast te stellen.

Referenties

  1. Dahlsgaard KK, Lewis MO, Spergel JM. Cognitive-behavioral intervention for anxiety associated with food allergy in a clinical sample of children. Ann Allergy Asthma Immunol 2022;S1081-1206(22)01769-0.
  2. Dahlsgaard KK, Lewis MO. Food Allergy Bravery (FAB): A manual for brief cognitive-behavioral treatment of anxiety in patients with food allergy. 2019.

Aanvullende informatie: Nieuwsbericht ACAAI

X