UIT DE KLINIEK

Aortitis: de diverse oorzaken en behandelopties

NTvAAKI - jaargang 23, nummer 1, maart 2023

drs. E. Vanhoof , dr. M. Slot , drs. M. Busch , dr. P. van Paassen , drs. J. Potjewijd

SAMENVATTING

Aortitis is een inflammatie van de aortawand en kan zowel een infectieuze als niet-infectieuze etiologie hebben. Deze vaatontsteking behoeft vroegtijdige behandeling, zodat levensbedreigende complicaties zoals aneurysmata kunnen worden voorkomen. Hierin dient onderscheid te worden gemaakt tussen de verschillende inflammatoire oorzaken, met veelal een verschillende immunopathogenese en behandeling. In dit artikel worden 4 patiënten besproken met een niet-infectieuze aortitis en wordt kort ingegaan op de pathogenese en de behandelmogelijkheden.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2023;23(1):29–34)

Lees verder

Educatieve, gerandomiseerde ‘singlecase’-trial bij invaliderende, somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten

NTvAAKI - jaargang 22, nummer 4, december 2022

drs. E.M. Hutten , dr. D.J.C. Hanssen , dr. A.A.J.M. van de Ven , dr. H.W. Jeuring , dr. H.N.G. Oude Elberink

SAMENVATTING

Vermeende medicatieallergieën kunnen een enorme invloed hebben op behandelmogelijkheden. De verdenking op een medicatieallergie is een frequente verwijsreden op de polikliniek Allergologie. Met regelmaat worden patiënten verwezen die overtuigd zijn van het bestaan van een medicatieallergie, maar bij wie de allergoloog reeds tijdens het eerste consult vermoedt dat er geen causale relatie is tussen medicatie en klachten. Indien er een sterke overtuiging heerst bij de patiënt dat klachten worden veroorzaakt door medicatie, dan kan dit leiden tot een onbevredigende situatie waarin de patiënt niet geholpen is met enkel de boodschap dat klachten niet allergisch van aard zijn. In dit artikel wordt een dergelijke situatie beschreven. In de casus werd uiteindelijk op educatieve gronden een succesvolle, dubbelblinde placebogecontroleerde provocatietest volgens ‘single case experimental design’ uitgevoerd. De test gaf inzicht aan de patiënt en creëerde een situatie waarin de focus op een allergische origine kon worden losgelaten en gesproken kon worden over behandelmogelijkheden van functionele klachten.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2022;22(4):139–42)

Lees verder

Gunstige effecten van dupilumab bij een serie patiënten met allergische bronchopulmonale aspergillose en astma

NTvAAKI - jaargang 22, nummer 3, september 2022

drs. T. van der Veer , dr. M.M. van der Eerden , dr. G.J. Braunstahl

SAMENVATTING

Allergische bronchopulmonale aspergillose (ABPA) bestaat uit een ernstige allergische respons op Aspergillus-antigenen en komt regelmatig voor onder patiënten met ernstig allergisch astma. IL-4 en eosinofielen spelen een centrale rol bij deze allergische reactie. Momenteel bestaat de behandeling uit steroïden en triazolen om deze inflammatoire respons te onderdrukken. De keerzijde van deze behandeling is het regelmatig optreden van ernstige bijwerkingen. Dupilumab is een monoklonaal antilichaam dat is gericht tegen de IL-4-receptor en werkt remmend op de productie van IgE en activatie van eosinofielen. In een casusserie van acht patiënten met allergisch astma en ABPA die werden behandeld met dupilumab werd een sterke verbetering qua aantal exacerbaties en verlaging van prednisondosering waargenomen, naast een verbetering van FEV1 als percentage van de voorspelde waarde en het totaal IgE in serum. Dit maakt dupilumab een hoopgevend behandelalternatief.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2022;22(3):103–6)

Lees verder

Een kind met een zeldzame allergie voor de peulvrucht fenegriek

NTvAAKI - jaargang 22, nummer 2, mei 2022

drs. L.J. Landzaat , dr. J.A.M. Emons

SAMENVATTING

Voedselallergieën bij kinderen komen vaak voor. Door toenemende beschikbaarheid van gerechten uit buitenlandse keukens komen er steeds meer reacties op (voor ons) exotische allergenen. Op de polikliniek Kinderallergologie werd een jongen gezien met een bekende pinda-allergie en herhaalde anafylactische reacties na het eten van tex-mexkruiden. Deze kruiden kunnen sporen van pinda’s bevatten en de reacties werden aanvankelijk toegeschreven aan zijn pinda-allergie. De hoge drempelwaarde voor pinda tijdens een provocatietest en een uitgebreide voedingsanamnese maakte fenegriek echter een verdacht allergeen. Aanvullende diagnostiek toonde sensibilisatie voor fenegriek en de in literatuur beschreven overeenkomstige pinda-allergeencomponenten Ara h 1 en Ara h 3. De diagnose fenegriekallergie werd gesteld. Fenegriek is een peulvrucht. Fenegriekallergie is zeldzaam en kan optreden als primaire allergie of als kruisreactiviteit bij een primaire pinda-allergie. Fenegriek hoeft wettelijk niet aangegeven te worden als ingrediënt op het etiket, waardoor vermijden erg ingewikkeld is en accidentele reacties nog weleens voorkomen.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2022;22(2):66–9)

Lees verder

Hoogverhitte melk en kaas worden verdragen bij koemelkgemedieerde eosinofiele oesofagitis: een casusbeschrijving

NTvAAKI - jaargang 22, nummer 1, februari 2022

D. Dijkema MSc, dr. A.A.J.M. van de Ven

SAMENVATTING

Dit artikel beschrijft een 23-jarige patiënte met koemelkgemedieerde eosinofiele oesofagitis, die in complete remissie bleef na herintroductie van hoogverhitte melk en vervolgens hoogverhitte kaas. In de Internationale literatuur is dit niet eerder beschreven voor een volwassen patiënt. Bij (een deel van de) patiënten met koemelkgemedieerde eosinofiele oesofagitis lijkt sprake te zijn van de betrokkenheid van een hittelabiel (major) allergeen. Aangezien niet alle patiënten met koemelkgemedieerde eosinofiele oesofagitis hoogverhitte melk kunnen verdragen, zijn er waarschijnlijk meerdere allergenen betrokken.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2022;22(1):24–7)

Lees verder

Pannenkoekenallergie bij kinderen: het is niet altijd wat je denkt!

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 4, december 2021

drs. T.P. Verheggen , dr. J. van den Berg , dr. L.N. van Veen , dr. H. de Groot

Regelmatig treden allergische reacties op na het eten van pannenkoeken. Naast de bekende ingrediënten als ei, melk en tarwe, kunnen er ook allergische reacties zijn op mijten en graanvervangers, zoals lupinemeel en boekweit. Ook is het belangrijk om de relatie tot inspanning uit te vragen in verband met zeldzame aan inspanning gerelateerde tarwe-afhankelijke anafylaxie. Deze casus werd gepresenteerd tijdens het 6e Symposium Kinderallergologie op 16 april 2021.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(4):149–53)

Lees verder

Orale toediening immuunglobulinen bij immuundeficiëntie en norovirusinfectie: casusbeschrijving en literatuuronderzoek

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 3, september 2021

dr. M.H.M. Diekstra , dr. C. Mestres Gonzalvo , dr. B. Rutgers , drs. J. Potjewijd

SAMENVATTING

In Nederland zijn jaarlijks ruim 600.000 gevallen van een norovirusinfectie. Voor immuungecompromitteerde patiënten is het beloop bij het norovirus vaak ernstig en gaat gepaard met langdurige symptomen. ‘Common variable immunodeficiency’ (CVID) is de meest voorkomende primaire immuundeficiëntie bij Europeanen. Het ontstaan ervan is niet geheel duidelijk. Van de huidige kennis over het norovirus en CVID-enteropathie is een goed overzicht, maar de aangewezen behandeling is nog onduidelijk. Privigen is een normaal humaan immuunglobuline voor intraveneus gebruik en is niet geregistreerd voor orale toepassing. Bij ernstige symptomen van het norovirus bij CVID-enteropathie, waarbij andere behandelingen onvoldoende effect hebben, kan een behandeling met orale immuunglobulinen worden overwogen. Toepassing van orale immuunglobulinen wordt onderbouwd door bevindingen in casusbeschrijvingen, maar het bewijs hiervoor is flinterdun en verder onderzoek zal de effectiviteit moeten bevestigen. Toekomstig onderzoek moet zich richten op een grotere kennis van norovirusbiologie en op doelgerichtere behandeling.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(3):104-9)

Lees verder