UIT DE KLINIEK

Orale toediening immuunglobulinen bij immuundeficiëntie en norovirusinfectie: casusbeschrijving en literatuuronderzoek

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 3, september 2021

dr. B. Rutgers , dr. C. Mestres Gonzalvo , dr. J. Potjewijd , dr. M.H.M. Diekstra

SAMENVATTING

In Nederland zijn jaarlijks ruim 600.000 gevallen van een norovirusinfectie. Voor immuungecompromitteerde patiënten is het beloop bij het norovirus vaak ernstig en gaat gepaard met langdurige symptomen. ‘Common variable immunodeficiency’ (CVID) is de meest voorkomende primaire immuundeficiëntie bij Europeanen. Het ontstaan ervan is niet geheel duidelijk. Van de huidige kennis over het norovirus en CVID-enteropathie is een goed overzicht, maar de aangewezen behandeling is nog onduidelijk. Privigen is een normaal humaan immuunglobuline voor intraveneus gebruik en is niet geregistreerd voor orale toepassing. Bij ernstige symptomen van het norovirus bij CVID-enteropathie, waarbij andere behandelingen onvoldoende effect hebben, kan een behandeling met orale immuunglobulinen worden overwogen. Toepassing van orale immuunglobulinen wordt onderbouwd door bevindingen in casusbeschrijvingen, maar het bewijs hiervoor is flinterdun en verder onderzoek zal de effectiviteit moeten bevestigen. Toekomstig onderzoek moet zich richten op een grotere kennis van norovirusbiologie en op doelgerichtere behandeling.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(3):104-9)

Lees verder

Anafylactische shock na sojamelk bij een kind dat altijd sojamelk dronk; de rol van darmepitheel bij het behoud van tolerantie

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 2, mei 2021

dr. A.B. Sprikkelman , dr. C. Roozendaal , D. Dijkema MSc, dr. I.F.A. Bocca-Tjeertes , dr. J.N.G. Oude Elberink , dr. L.B. Bungener

SAMENVATTING

Dit artikel beschrijft een 8-jarige patiënt (bekend met eczeem, astma en een bewezen pinda-allergie) die onverwacht een anafylactische shock doormaakte na het drinken van sojamelk. De patiënt was tot die tijd altijd tolerant voor hetzelfde sojaproduct en kon hetzelfde product maanden later weer nuttigen zonder klachten. Voor zover kon worden nagegaan, is een dergelijk tijdelijk tolerantieverlies nog nooit eerder beschreven. De hypothese is dat dit tolerantieverlies het gevolg was van een enkele weken voor de reactie doorgemaakte gastro-enteritis. In dit artikel wordt de rol van darmepitheel bij het behoud en verlies van tolerantie tegen het licht gehouden.
(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(2):65-9)

Lees verder

Voor het eerst Nederlandse SCIDpatiënt geïdentificeerd met de hielprikscreening

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 1, februari 2021

prof. dr. A.W. Langerak , dr. C.L. Vermont , dr. D. Berghuis , dr. E.A. Kemper , drs. E.H.B.M. Dekkers , drs. G. Weijman , dr. I.H.I.M Hollink , dr. M. Blom , dr. M. van der Burg , mede namens de onderzoeksgroep van de SONNET-studie , dr. R.G.M. Bredius , dr. W.A. Dik

SAMENVATTING

‘Severe combined immunodeficiency’ (SCID) is een zeldzame, ernstige afweerstoornis, waaraan diverse monogenetische gendefecten ten grondslag kunnen liggen. Kinderen met SCID ontwikkelen in de eerste levensmaanden ernstige, recidiverende infecties en zonder behandeling (zoals hematopoëtische stamceltransplantatie of gentherapie) overlijden deze patiënten meestal in het eerste levensjaar. Vroege opsporing van SCID door de detectie van ‘T-cell receptor exicison circles’ in hielprikbloed kan leiden tot een significante verbetering van overleving en verminderde morbiditeit na curatieve therapie. In Nederland is in de SONNET-studie (een prospectieve implementatiepilot) nu voor het eerst een SCID-patiënt geïdentificeerd via de hielprikscreening. De patiënt met de diagnose ‘X-linked’ SCID onderging in uitstekende klinische conditie een hematopoëtische stamceltransplantatie met vooralsnog een goede uitkomst voor de patiënt tot gevolg.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(1):24-7)

Lees verder

Chronische urticaria bij een onderliggende Maligniteit

NTvAAKI - jaargang 20, nummer 4, december 2020

dr. A.F. Karim , drs. L. van Ouwerkerk , drs. N.S. Janssens

SAMENVATTING

Chronisch spontane urticaria komt veelvuldig voor. Het is meestal idiopathisch van aard, dan wel het gevolg van een onderliggende auto-immuunaandoening, virale infectie, stress of medicatie. Ook een maligniteit kan echter leiden tot chronische urticaria. In dit artikel worden 2 casus beschreven van patiënten met waarschijnlijk paraneoplastische urticaria. De pathofysiologie van deze aandoening is nog onduidelijk. Mogelijk spelen tumor- of stromasignalen hierbij een rol door de activatie van mestcellen. Bij een patiënt met urticaria is nader onderzoek naar een maligniteit belangrijk als de anamnese en lichamelijk onderzoek daar aanleiding toe geven.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2020;20(4):155-7)

Lees verder

Het alfa-galsyndroom: allergische reactie op zoogdierenvlees, secundair aan een tekenbeet

NTvAAKI - jaargang 20, nummer 3, augustus 2020

drs. A.M.A. Berends , dr. J.N.G. Oude Elberink , dr. L.B. Bungener

SAMENVATTING

Het alfa-galsyndroom is een allergische reactie op rood vlees na eerdere sensibilisatie voor immunoglobuline noglobuline E (IgE)-antistoffen tegen alfa-gal, secundair aan doorgemaakte tekenbeten. De aandoening kan zich op verschillende manieren presenteren; van anafylaxie tot een beeld dat lijkt op chronische urticaria, waarbij de klachten meestal 2–6 uur na het eten van rood vlees ontstaan. Daarnaast is bij het alfa-galsyndroom ook voorzichtigheid geboden met gebruik van cetuximab, bepaalde infuusvloeistoffen (gelofusine, haemaccel) en kunstmateriaal van dierlijk weefsel, aangezien deze ook alfa-gal kunnen bevatten en daarmee eenzelfde kruisreactie kunnen veroorzaken. Het is opvallend dat de aandoening bij het uitblijven van nieuwe tekenbeten en een (tijdelijk) rood vleesvrij dieet meestal zelflimiterend is, maar bij anafylaxie kan eindigen in een fatale afloop. Verder zal het alfa-galsyndroom vaak niet als zodanig worden herkend. Het achterhalen van de specifieke oorzaak (het allergeen) bij allergische reacties is van cruciaal belang voor het langetermijnrisicomanagement van de aandoening. In dit artikel worden meerdere casussen besproken waarbij wordt ingegaan op genoemde aspecten.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2020;20:112-7)

Lees verder

Scombroïde-intoxicatie na consumptie van gebakken tonijn: een casusrapport

NTvAAKI - jaargang 20, nummer 2, mei 2020

S.J. Driessen

SAMENVATTING

Na het eten van tonijn met te hoge concentraties histamine kan een scombroïde-intoxicatie optreden. De bijbehorende klachtenpresentatie kan lijken op die van een voedselvergiftiging of allergie. Herkenning van dit ziektebeeld is van belang aangezien het goed behandelbaar is middels orale antihistaminica.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2020;20:65-66)

Lees verder

Diffuse panbronchiolitis: ook een ziekte beeld in niet-Aziaten?

NTvAAKI - jaargang 20, nummer 2, mei 2020

dr. J. de Metz , drs. J.A.F. van Weering , dr. J.L.G. Blaauwgeers , dr. M. Gutteling-van der Heijden , dr. P. Bresser , drs. P. van Hengel

SAMENVATTING

Achtergrond: Diffuse panbronchiolitis is een longziekte die wordt gekarakteriseerd door progressieve luchtwegobstructie als gevolg van een aspecifieke ontsteking van de respiratoire bronchioli. De ziekte wordt bijna alleen gerapporteerd bij Oost-Aziaten. Casus: Patiënt A, een 20-jarige Kaukasische man werd afhankelijk van ‘extracorporeal life support’ vanwege respiratoire insufficiëntie. De klinische diagnose diffuse panbronchiolitis werd gesteld op basis van: zeer veel purulent slijm in de luchtwegen -zonder dat hiervoor een microbiologische oorzaak werd gevonden-, een overwegend neutrofiel ontstekingsinfiltraat en het uitblijven van enige verbetering na 7 dagen behandeling met prednisolon en breedspectrum antibiotica. Gestart werd met erytromycine als immuunmodulerend middel. Kort na de start van de behandeling met erytromycine verbeterde de respiratoire conditie van de patiënt en in de maanden nadien herstelde hij volledig. Patiënt B, een 18-jarige Kaukasische man had klachten van hoesten met veel purulent sputum. Zijn CT-scan toonde bronchopathie, bronchiëctasieën en uitgebreide centrilobulaire afwijkingen in een ‘boom-in-knop’ (‘tree-in-bud’)-configuratie. Uitgebreid aanvullend onderzoek toonde geen infectieuze verklaring. Na het starten van de behandeling met azitromycine verdwenen zijn klachten en normaliseerde zijn thorax-CT-scan. Conclusie: Deze casuïstiek toont aan dat ook bij patiënten met een Kaukasische achtergrond een ziektebeeld kan optreden dat klinisch vergelijkbaar is met diffuse panbronchiolitis. Langdurige behandeling met macroliden heeft hier een gunstig effect op de klachten en prognose.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2020;20:67-72)

Lees verder
X