RICHTLIJNEN EN PROTOCOLLEN

Voorstel voor protocol Wheat dependent cofactor induced anaphylaxis (WDCIA)

NTvAAKI - jaargang 22, nummer 2, mei 2022

D. Dijkema MSc, A. Michelsen-Huisman BSc, K. Weerstand BSc, D. Sutter BSc, dr. R.G. Pleijhuis , dr. J.N.G. Oude Elberink

SAMENVATTING

‘Wheat dependent exercise induced anaphylaxis’ is een bijzondere vorm van primaire voedselallergie. Hierbij kan anafylaxie optreden bij zowel een lage tarwe-inname in aanwezigheid van 1 of meerdere cofactoren, als bij een hoge tarwe-inname zonder cofactoren. Aangezien verschillende cofactoren een rol kunnen spelen is ‘wheat dependent cofactor induced anaphylaxis’ (WDCIA) een betere term. Het opslageiwit omega-5-gliadine (Tri a19) is het belangrijkste allergeen bij WDCIA, maar niet alle patiënten zijn hiervoor gesensibiliseerd. Het doel van dit protocol is het bereiken van eenduidige diagnostiek en behandeling. Het protocol bevat hiertoe (1) aanbevelingen wanneer een voedselprovocatietest te verrichten, (2) een vernieuwd concept van een provocatie met 30–50 g tarwe-eiwit in combinatie met meerdere cofactoren en (3) specifieke dieetadviezen om de kans op een allergische reactie te minimaliseren.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2022;22(2):41–5)

Lees verder

De nieuwe Nederlandse richtlijn Immunotherapie voor patiënten met allergische rhinoconjunctivitis met of zonder astma

NTvAAKI - jaargang 22, nummer 1, februari 2022

drs. G. Slabbers , dr. H. de Groot

SAMENVATTING

Deze multidisciplinaire richtlijn, geautoriseerd en gepubliceerd in juli 2021, heeft als doel om landelijke uniformiteit te bereiken over indicaties, contra-indicaties en dagelijkse praktijk van allergeen-immunotherapie met inhalatieallergenen bij patiënten met allergische rhinoconjunctivitis met of zonder astma. Deze Nederlandse richtlijn is bedoeld voor internistallergologen, kinderartsen, KNO-artsen, longartsen en dermatologen.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2022;22(1):4–10)

Lees verder

De nieuwe Nederlandse richtlijn voor laboratoriumdiagnostiek van met ANA geassocieerde auto-immuunziekten

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 2, mei 2021

dr. A.A. van Beek , dr. M.W.J. Schreurs , dr. H.G. Otten , dr. F.J.M. Bergkamp , dr. J.G.M.C. Damoiseaux

SAMENVATTING

De nieuwe Nederlandse richtlijn voor laboratoriumdiagnostiek van met antinucleaire antistoffen (ANA) geassocieerde auto-immuunziekten bevat 12 minimumnormen en 5 streefnormen. Zowel de HEp-2-IIF-test als ‘solid-phase’-testen zijn nodig om met ANA geassocieerde auto-immuunziekten te diagnosticeren. In dit artikel wordt de nieuwe richtlijn toegelicht.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(2):58-64)

Lees verder

Nieuwe richtlijn Diagnostiek en behandeling van ernstig astma: veranderingen ten opzichte van 2013

NTvAAKI - jaargang 21, nummer 2, mei 2021

dr. T. Strikwerda , dr. A. van Huisstede

SAMENVATTING

Op initiatief van de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose is in juli 2020 een nieuwe richtlijn opgesteld voor de diagnostiek en behandeling van ernstig astma bij volwassenen. Van ernstig astma is sprake bij een slecht gecontroleerd astma ondanks hoge doseringen inhalatiecorticosteroïden/ langwerkende bèta-agonisten, waarbij andere factoren die kunnen bijdragen aan moeilijk behandelbaar astma (zoals comorbiditeit, inhalatietechniek, therapietrouw, blootstellen aan triggers) zijn uitgesloten. Slechts bij een klein gedeelte blijft sprake van ongecontroleerd astma, ondanks optimale behandeling. Deze patiënten hebben veel zorg nodig, wat hoge medische kosten met zich meebrengt. De belangrijkste reden om de richtlijn te herzien, was het heroverwegen van de verschillende behandelingen. Met name nieuwe behandelingen worden in dit artikel uitgebreid besproken. Dit zijn (1) bariatrische chirurgie voor patiënten met ernstig astma en een BMI >35 m2 en (2) fysiotherapie voor patiënten met ernstig astma en (ernstige) fysieke beperkingen. Zoals reeds in de vorige richtlijn stond vermeld, zijn biologicals voor patiënten met ernstig astma en een type 2-inflammatie ook een mogelijkheid. Ten opzichte van de vorige richtlijn zijn hier nieuwe varianten voor beschikbaar gekomen.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2021;21(2):53-7)

Lees verder

Samenvatting NVDV-leidraad Dermatocorticosteroïden

NTvAAKI - jaargang 19, nummer 4, november 2019

dr. L.S. van der Schoot , dr. A.F.S. Galimont , B.W.M. Arents , prof. dr. M.S. de Bruin-Weller , dr. J.J.E. van Everdingen , M.M.M. Geleedst-de Vooght , dr. P.P.M. van Lümig , prof. dr. T. Rustemeyer , dr. M.A. Middelkamp Hup

SAMENVATTING

In 2018 heeft een werkgroep op verzoek van het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie de leidraad Dermatocorticosteroïden uit 2000 geheel herzien. De leidraad is een praktische handleiding voor het gebruik van dermatocorticosteroïden, met speciale aandacht voor classificatie, bijwerkingen, zwangerschap en borstvoeding, applicatiefrequentie, toe te passen hoeveelheid per klasse en leeftijd, vingertopeenheden, contra-indicaties, verslaving en controle. De leidraad is bedoeld voor het gebruik van dermatocorticosteroïden in het algemeen en niet voor een specifiek ziektebeeld. De leidraad werd in 2019 geautoriseerd door de betrokken verenigingen.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2019;19:147-53)

Lees verder

De nieuwe internationale consensus met betrekking tot de ANCA-laboratoriumdiagnostiek bij ANCA-geassocieerde vasculitis

NTvAAKI - jaargang 19, nummer 3, augustus 2019

dr. J. Damoiseaux , dr. B. Meek , dr. C. Roozendaal

SAMENVATTING

Antineutrofiele cytoplasmatische antistoffen (ANCA) vormen een belangrijke bijdrage aan de diagnostiek van kleinevatenvasculitis. De betreffende vasculitiden worden samengevat als ANCA-geassocieerde vasculitis. Sinds 1999 bestaat een internationale consensus over de meest geschikte methode voor de detectie van ANCA in het laboratorium. Het uitgangspunt hierbij is screening met een indirecte immunofluorescentietest op een substraat van neutrofiele granulocyten, indien positief gevolgd door immunoassays specifiek voor antistoffen tegen myeloperoxidase en proteïnase 3. Gedurende de laatste twee decennia zijn de antigeen-specifieke immunoassays sterk verbeterd en is de positie van de indirecte immunofluorescentietest in het algoritme ter discussie komen te staan. Op basis van de resultaten van een multicentrische studie is in 2017 een nieuwe internationale consensus gepubliceerd. In dit artikel worden allereerst de opzet en de resultaten van de multicentrische studie beschreven. Vervolgens worden de nieuwe aanbevelingen weergegeven met onderbouwing uit de studie. Tenslotte wordt implementatie van de nieuwe consensus in Nederlandse laboratoria bediscussieerd.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2019;19:103-10)

Lees verder

Samenvatting NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rhinitis

NTvAAKI - jaargang 19, nummer 2, mei 2019

dr. J.N.G. Oude Elberink , dr. G.J. Braunstahl

SAMENVATTING

In mei 2018 is de tweede herziene standaard van het Nederlands Huisartsen Genootschap voor allergische en niet-allergische rinitis verschenen, geschreven door enkele huisartsen en 1 keel-neus-oor (kno)-arts. De standaard biedt een mooie handzame leidraad voor de behandeling van rinitis in de huisartsenpraktijk. Helaas zijn er geen allergologen betrokken geweest bij deze standaard hetgeen zich ook weerspiegelt in de adviezen die worden gegeven, met name als gaat om de mogelijkheden van immuuntherapie. De kanttekeningen die hierover zijn geplaatst zijn helaas niet in de richtlijn verwerkt. Het gevolg hiervan is dat patiënten ten onrechte bepaalde behandelingen worden onthouden en er niet overal adequate adviezen worden verstrekt. Hieronder volgt een samenvatting van de richtlijn waarbij tevens suggesties worden gedaan voor aanvulling van de richtlijn.

(NED TIJDSCHR ALLERGIE, ASTMA, KLIN IMMUNOL 2019;19:67-71)

Lees verder